Anekdotes

Mijn oudste kleinzoon van 7 speelt bij ons Minecraft. Zijn jongere broer, 4 jaar oud, staat naast hem voor de tv mee te kijken. Op een gegeven moment moet oudste een zombie verslaan. 'Maak 'm dood! Maak 'm dood!' roept jongste. Maar oudste zegt heel rustig tegen de zombie: 'Kom, laten we het uitvechten. Man tegen man.'

Ik zit met mijn kleinzoons op de bank te kijken naar Bassie en Adriaan en de plaaggeest. Adriaan bestuurt een vrachtwagen en Bassie zit naast hem met een namaakstuur in zijn handen. Kleinzoon van vier neemt het allemaal voor zoete koek aan, maar de oudste van zeven, die zich al een hele tijd merkbaar zit te ergeren aan die domme clown, zegt minachend: 'Kijk die Bassie nou. Zit hij gewoon met een nepstuurtje. 't Lijkt wel een kind.'

Een paar jaar geleden:  Zowel het huis rechts als het huis links van het onze staat te koop. Op een moment dat ik boven, met het raam open, de voorkamer aan het poetsen ben, komt mijn neef, die een paar straten verderop woont, met zijn kinderen voorbij geslenterd. Hij kijkt van het ene naar het andere Te Koop bord en zegt tegen zijn dochters: 'Nou, zo te zien is 't geen pretje om naast Dien te wonen.'

-----

 

Wanneer ik op een dinsdag in de zomervakantie met mijn kleinzoon van zes de hond ga uitlaten, komen we langs de kinderboerderij. Daar staan twee alpaca's. 'Hé,' zegt mijn kleinzoon, 'lama's. Die spugen, hè oma?' 

'Ja,' onderwijs ik, 'lama's spugen inderdaad. Maar dit zijn geen lama's. Dit zijn alpaca's. Dat zijn niet-spugende lama's.'  

'Die zou ik weleens willen voeren.' 

'Dan gaan we donderdag terug. Dan ben je weer een dag bij oma en dan gaan we hier de dieren eten geven.'

'Ja, dat wil ik.' 

Die donderdag voert hij de geitjes, de schapen en de kippen. 'De rest van het brood bewaren we voor de lama's, oma.' Als we bij de alpaca's komen, ziet hij de enorme tanden van die beesten. Een van de twee heeft een aardige overbeet waardoor het nog eens extra opvalt. Kleinzoon overhandigt mij de zak met brood. 'Doe jíj maar, oma.' Ik steek sneeën mik door de openingen van het hek waarachter de beesten zitten. Kleinzoon kijkt op veilige afstand toe.

Tussen de witte en de bruine alpaca is het vechten om eten. De witte, die het grootst is, probeert de bruine weg te duwen en kaapt dan snel het brood voor zijn neus weg. De bruine slikt het brood dat hij te pakken kan krijgen dan ook haastig door. Daarbij verslikt hij zich een beetje. Hij hoest. 'Blurp.' Hij hoest nog eens. Bij de derde blurp spert hij zijn bek open en kotst mij helemaal onder de half vermalen broodstukjes. Kleinzoon, inmiddels zo'n tien meter van het toneel weggevlucht, ligt dubbel. 'Deze lama's spugen niet, toch oma?!'

-----  

Vanmiddag bij de Blokker: In hetzelfde rek waarin de vershouddoosjes staan die ik wil kopen, liggen broodtrommeltjes. Naast me staat een moeder met haar tienjarige dochter. 'Kijk', zegt dat meisje, terwijl ze zo'n trommeltje aanwijst, 'dát is óók een leuke. Die had ik wel willen hebben toen ik nog jong was.'

-----

Mijn kleinzoons hebben Kerstvakantie, dus ze blijven een nachtje slapen. De volgende dag bij de lunch serveer ik ze poffertjes. Als de oudste (vijf jaar) zijn portie op heeft, zegt hij: 'Oma, ik lust nog wel meer van die koffertjes.'

-----

Vanmiddag bij de supermarkt: Als ik buiten een boodschappenkarretje pak, zie ik een man met een papegaai op zijn schouder. Ik klak drie keer met mijn tong. Het beest doet me meteen na. Ik zeg 'ping'. Hij zegt het ook. De man gaat de winkel in. Ik volg. Even later komt de man terug, de bedrijfsleider op zijn hielen. 'Ik mag er niet in met m'n papegaai,' zegt de man tegen mij. Nu begrijp ik best dat het een chaos zou worden als iedereen zijn huisdier mee naar de super zou nemen, maar de dierenvriend in mij wint het van de logica. 'Ja, maar,' zeg ik tegen de bedrijfsleider, 'het is een geleidepapegaai.' Zowel de man als de papegaai vliegt er alsnog uit.

-----

Conform de moderne tijd bestellen de jonge echtparen die bij mij in de straat wonen liever spullen op internet dan dat ze ervoor naar de winkel moeten. Maar omdat ze allemaal met zijn tweeën werken, zijn ze meestal niet aanwezig als de spullen gebracht worden. De betreffende bezorgers hebben inmiddels door dat ik de hele dag thuis ben en dus bellen ze bij mij aan. 'Mag ik hier weer een pakketje achterlaten voor nummer ...?' Vooral de man van TNT Post weet mijn huisje te vinden. Zo'n keer of vier, vijf in de week maak ik de deur voor hem open. 

Gisteren was het weer zover. Hij stond aan de deur met in zijn ene hand een grote doos en in zijn andere een apparaatje waar je een elektronische handtekening op moet zetten als het pakket een waardevolle inhoud heeft. Ik begin gelijk te roepen van 'Neem het maar weer mee terug, want ik wil best een pakketje aannemen, maar ik ga niet voor iemand anders tekenen!' Waarop de man mij vreemd aankijkt en zegt: 'Maar dit pakket is voor ú, mevrouw Peels.'

 

-----

Mijn man en ik hebben elkaar ontmoet in het park, tijdens het uitlaten van onze honden.

Als we eenmaal getrouwd zijn gaat míjn hond, telkens als een van ons aan de ander vraagt of hij of zij koffie wil, vlug voor de deur van de kelder zitten omdat daar de koekjes uit komen die bij de koffie geserveerd worden.

       'Die hond heeft verstand', zegt mijn echtgenoot op een gegeven moment trots. 'Dat heeft ze gekregen toen jij met mij begon om te gaan'.

       'Ja', antwoord ik, 'dat moet wel, want jij bent ’t jouwe kwijt'.

 

-----

 

Het is buiten vijfendertig graden. Het vogeltje van mijn ouders, dat normaal gesproken de hele dag prachtig fluit, zwijgt vandaag als het graf.

       'Dat beest heeft het óók warm', concludeer ik.

       'Nou', zegt mijn vader, 'hij moet er toch tegen kunnen, ’t is een tropisch vogeltje'.

       'Ja', probeer ik grappig te zijn, 'het is een Mozambiquesijsje, dus hij komt uit Mozambique'.

       'Dat hoeft niet', weerlegt mijn vader droog, 'er zijn ook schijtlijsters, en die plaats bestaat ook niet'.

 

-----

 

Ik was zestien toen ik met mijn oom, tante en neef ging kamperen. We hadden veel lol die vakantie, maar het hardst moest ik altijd lachen onder de maaltijden, omdat ik vond dat één lid van de familie op een belachelijke manier at.

       Onze campingbuurman liep grif tijdens onze etensuren buiten, verlangend iets van onze pret mee te kunnen beleven.

       Nu had ik van mijn neef een petje gekregen, en dat ding droeg ik de hele dag. Zag je mij, dan zag je ook dat oude hoofddeksel.

       Op een keer zaten we in de tent en iemand vertelde iets grappigs. Ik schoot hardop in een onbedwingbare lach. Waarop de campingbuurman verbaasd riep: 'Zit die verrekte rotpet nou alwéér te eten?'

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

21.07 | 16:13

Bedankt voor je reaktie, Anton!

...
21.07 | 16:06

Maakt nieuwsgierig en uitdagend. Weer een prikkel en een plekje in mijn bieb.

...
14.07 | 22:24

Jij ook bedankt.

...
02.06 | 15:43

Dank je, Maarten.

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE